Voor een rechtvaardig Midden-Oosten beleid

Achtergrond

 
Het Israëlisch-Palestijns conflict duurt al meer dan zestig jaar. Vanuit internationaalrechtelijk perspectief verdienen enkele historische gebeurtenissen bijzondere aandacht. Die worden hieronder op hoofdlijnen besproken. Het zijn primair deze gebeurtenissen en de gevolgen ervan die het conflict hebben veroorzaakt en laten voortduren.
 

Miljoenen mensen hebben voor het het Israëlisch-Palestijnse conflict een zware prijs betaald. Niet alleen de Palestijnen, ook de Israëli’s. Maar het zijn de Palestijnen die het hardst zijn getroffen. Hun bestaan is volledig ontwricht geraakt.
 

Die ontwrichting gaat terug tot de tijd van het Britse mandaat (1917-1948), toen grote aantallen Joodse immigranten, merendeels vluchtelingen voor de jodenvervolging in Europa, naar het toenmalige Palestina stroomden. De demografische verhoudingen ter plaatse raakten hierdoor in korte tijd uit balans.
 

Rond 1920 bestond de bevolking van Palestina voor ongeveer 90% uit Palestijnen. Door de Joodse immigratie was dit percentage in 1947 geslonken tot ongeveer 70%. In datzelfde jaar besloten de Verenigde Naties om Palestina te verdelen in twee staten: een Joodse staat op 55% en een Arabische staat op 42% van Palestina. Een internationale zone rond Jeruzalem zou het resterende gebied beslaan.
 

De opdeling van Palestina vond zonder instemming van de Palestijnen plaats. Dat was extra pijnlijk omdat het landbezit in 1947 nog ongelijker verdeeld was dan de bevolkingsaantallen. Bijna al het land in Palestina behoorde aan Palestijnen toe. De Joodse bewoners bezaten slechts 7% van het land.
 

Het VN-verdelingsplan was voor de Palestijnen slechts een voorbode van de rechteloosheid die zou volgen. In de Israëlisch-Arabische oorlog van 1948 veroverde het Israëlische leger grote stukken land, bovenop het gebied dat de Joodse staat volgens het verdelingsplan zou beslaan. Uiteindelijk kreeg Israël controle over 78% van Palestina; in dat gebied werd Israël gevestigd.
 

Bovendien sloegen in de oorlog en in de maanden die daaraan vooraf gingen meer dan 700.000 Palestijnen op de vlucht. Israëlische historici hebben intussen aangetoond dat velen van hen volgens een vooropgezet plan zijn verdreven.
 

Tot op de dag van vandaag hebben deze vluchtelingen en hun nakomelingen niet kunnen terugkeren, ook al is hun recht op terugkeer onder het internationaal recht verankerd. Om de terugkeer ernstig te bemoeilijken zijn honderden Palestijnse dorpen, waarin de vluchtelingen hadden gewoond, vernietigd.
 

In de Israëlisch-Arabische oorlog van 1967 raakten de Palestijnen de resterende 22% van het land kwijt dat via het VN-verdelingsplan opgedeeld zou worden. In dat jaar veroverde Israël de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Gazastrook.
 

Nadien is Israël al snel begonnen met de kolonisatie van deze gebieden, die bekend staan als de ‘bezette Palestijnse gebieden’. Tijdens het vredesproces in de jaren negentig is de kolonisatie in een stroomversnelling geraakt. De nederzettingen zijn toen in omvang en inwoneraantal verdubbeld. Volgens het internationaal recht zijn alle nederzettingen illegaal.
 

In 2005 heeft Israël de nederzettingen in de Gazastrook ontmanteld. De circa 7.000 kolonisten aldaar zijn toen teruggetrokken. Op de Westelijke Jordaanoever is de kolonisatie onverminderd doorgegaan. Anno 2009 heeft Israël bijna een half miljoen kolonisten op de Westoever gevestigd, Oost-Jeruzalem inbegrepen. Het zijn deze nederzettingen, veelal uitgegroeid tot steden, die een levensvatbare Palestijnse staat onmogelijk maken.
 

Na een golf van zelfmoordaanslagen van Palestijnse militante groeperingen is Israël in 2002 begonnen met de bouw van een afscheidingsbarrière, die ook wel ‘de muur’ wordt genoemd. Israël heeft ervoor gekozen die barrière grotendeels op de bezette Westelijke Jordaanoever te bouwen, dus op Palestijns land. Dat is de reden waarom het Internationaal Gerechtshof in 2004 heeft bepaald dat de barrière, voor zover gebouwd in bezet gebied, illegaal is.
 

De rechtvaardiging die Israël geeft voor de bouw van de muur is het beschermen van de eigen burgerbevolking. De Israëlische regering heeft het recht en de plicht de eigen bevolking te beschermen. Zij had dit echter ook kunnen doen door een barrière op de grens tussen Israël en de bezette gebieden te bouwen. Doordat de muur diep in bezet gebiedt snijdt is zij volgens velen – ook mensenrechten- en vredesorganisaties – een poging van Israël om meer Palestijns land in te lijven en daarmee te onthouden aan een toekomstige Palestijnse staat.
 

Intussen duurt de bezetting van de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Gazastrook al 42 jaar.
 


Op de website van Dries van Agt vindt u onder leestips diverse boeken die de geschiedenis van het conflict uitvoerig bespreken.
 

“Anyone who is not working actively to get the crossings [of Gaza] open is a party to the violations of fundamental human rights of human beings here”

 

John Ging

VN-vluchtelingenorganisatie UNRWA

© Stichting The Rights Forum