Voor een rechtvaardig Midden-Oosten beleid

fact-finding missie 2010

Israël, Oost - Jeruzalem en Westelijke Jordaanoever
23 t/m 29 mei 2010

 
Introductie
Van 23 t/m 29 mei 2010 bracht een delegatie van leden van het bestuur en de Raad van Advies van The Rights Forum een bezoek aan Israël, Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. Aan de reis namen deel voorzitter Dries van Agt (CDA), bestuurslid Jaap Hamburger, bestuurslid Jules Hosman (VVD) en de volgende leden van de Raad van Advies: Laurens Jan Brinkhorst (D66), Wim van Eekelen (VVD), Tineke Lodders (CDA), Bert de Vries (CDA) en Liesbeth Zegveld. Verder nam Martin Siepermann deel, directeur van The Rights Forum.

Doel van de reis was het verzamelen van informatie over ontwikkelingen in het vredesproces en de mensenrechtensituatie. In dat verband heeft de delegatie ontmoetingen gehad met Israëlische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties en bezoeken gebracht aan plaatsen waar ernstige schendingen van het internationaal recht worden gepleegd. Ook heeft de delegatie een briefing gehad van VN-organisatie OCHA, een presentatie van een vooraanstaande Israëlische mensenrechtenadvocaat en een ontmoeting met Avraham Burg, voormalig voorzitter van de Knesset, van de Jewish Agency en van de World Zionist Organization.

Gesprekken
Tevens heeft de delegatie gesprekken gevoerd met de hoogste diplomatieke vertegenwoordigers ter plaatse van Nederland, de Europese Unie en de Verenigde Naties. De delegatie heeft ontmoetingen gehad met Michiel den Hond, Ambassadeur van Nederland in Israël, en Jack Twiss Quarles van Ufford, Vertegenwoordiger van Nederland bij de Palestijnse Autoriteit. Verder heeft zij gesproken met Andrew Standley, EU Ambassadeur in Israël, met Christian Berger, EU Ambassadeur in de Westbank en Gazastrook, en met Robert Serry, Speciaal VN-gezant voor het Midden-Oosten.

De laatste dag heeft de delegatie een ontmoeting gehad met de Palestijnse premier Salam Fayyad. Dat de delegatie de gelegenheid zou hebben om de Palestijnse premier Fayyad te ontmoeten werd vlak voor het vertrek in Nederland bekend. Bij de Israëlische autoriteiten is vervolgens een verzoek neergelegd voor een ontmoeting met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu of met vice-premier Dan Meridor. Over dat verzoek heeft tijdens de reis overleg plaatsgevonden; een ontmoeting kwam echter niet tot stand.

Bevindingen
De waarnemingen die de delegatie heeft gedaan en de informatie die zij heeft ontvangen staan hieronder beschreven.

Oost-Jeruzalem
In en rondom Oost-Jeruzalem heeft de delegatie het effect gezien van de aanhoudende uitbreiding van Israëlische nederzettingen, die naar internationaal recht illegaal zijn. Ook tijdens de zogenaamde settlement freeze gaat de uitbreiding door. Het effect ervan is dat Oost-Jeruzalem steeds meer van de rest van de Westoever wordt geïsoleerd. Deze isolatie brengt de vooruitzichten op een levensvatbare Palestijnse staat ernstig in gevaar. Deskundigen met wie de delegatie sprak rapporteerden dat Israël met het inlijven en koloniseren van Oost-Jeruzalem wil voorkomen dat de Palestijnen daar hun hoofdstad kunnen vestigen. Dat Oost-Jeruzalem de Palestijnse hoodfstad wordt is juist een belangrijke voorwaarde voor een oplossing van het conflict, niet alleen voor de Palestijnen, maar ook voor de internationale gemeenschap. Inmiddels wonen er bijna 200.000 kolonisten in Oost-Jeruzalem. Het totale aantal kolonisten in Oost-Jeruzalem en de Westbank tezamen bedraagt bijna 500.000.

Voorts heeft de delegatie de scheidingsbarrière in ogenschouw genomen. Deze is door het Internationaal Gerechtshof in 2004 als illegaal aangemerkt. Sinds de uitspraak van dat Hof is de bouw van de barrière in versneld tempo doorgegaan. Rond Oost-Jeruzalem is dit obstakel bijna voltooid. De route ervan is blijkbaar zo gekozen dat zoveel mogelijk nederzettingen en land daaromheen bij Israël worden getrokken, ten koste van de vooruitzichten op een levensvatbare Palestijnse staat.

Het bevorderen van de veiligheid van de burgers in Israël, het officiële argument van Israël voor de bouw van barrière, had ook gediend kunnen worden door de barrière niet te bouwen op de bezette Westoever, maar op de de facto grens tussen Israël en de Westoever, de zogenaamde Groene Lijn. Dat de barrière op de Westoever staat heeft met de nederzettingen te maken en met Israëls streven die zoveel mogelijk te behouden.

De gevolgen van de barrière voor de humanitaire situatie en de mensenrechten van veel Palestijnen is schrijnend. De delegatie heeft buitenwijken van Oost-Jeruzalem bezocht die door de barrière in tweeën zijn gedeeld. Ten noorden van Jeruzalem trof zij een huis van een Palestijnse familie aan dat in een nederzetting is komen te liggen die rond het huis is verrezen. Om dat huis toch buiten de nederzetting te houden hebben de Israëlische autoriteiten een kooi om het huis gebouwd en een separate toegangsweg aangelegd die op de scheidingsbarrière is aangesloten.

Deskundigen wezen ook op de grote problemen in de zogenaamde Seam Zone, het gebied tussen de barrière en de Groene Lijn. Daarin ligt veel vruchtbaar land dat door de barrière wordt ingelijfd. Het gaat om landbouwgronden behorende bij circa 100 Palestijnse dorpen. Binnen de Seam Zone wonen bovendien duizenden Palestijnen. Zij hebben te lijden onder ernstige mensenrechtenschendingen.

In Oost-Jeruzalem heeft de delegatie de wijk Sheik Jarrah bezocht. In deze wijk worden 28 Palestijnse families bedreigd met Israëlische uitzettingsbevelen. Hun huizen, in de jaren vijftig door de VN gebouwd voor de opvang van Palestijnse vluchtelingen, staan op land dat is toegewezen aan kolonisten, op basis van eigendomsrechten die de kolonisten zouden hebben. Dezelfde Palestijnen die nu met uitzetting worden bedreigd kunnen daarentegen geen aanspraak maken op bezittingen die zij of hun voorouders in 1948 moesten achterlaten in gebied dat tot Israël ging behoren.

Vier families, bestaande uit 55 personen, onder wie 20 kinderen, zijn reeds uit hun huis gezet. De delegatie heeft gesproken met één van deze families, die dagelijks een wake op straat houdt. Ook heeft de delegatie een vreedzame demonstratie bijgewoond van Israëlische vredesactivisten, die wekelijks tegen de uitzettingen protesteren.

Verder is de delegatie in de Palestijnse wijk Silwan geweest, vlakbij de Oude Stad in Jeruzalem. Daar dreigt afbraak op Israëlisch bevel van 88 Palestijnse woonhuizen. Zij zouden moeten wijken voor de aanleg van een nieuw park.
Silwan ligt in bezet gebied. Toch stelt de Israëlische regering dat de 88 huizen illegaal zijn en derhalve afgebroken dienen te worden. Indien de afbraak doorgaat verliezen naar schatting 1.200 Palestijnen hun huis. De kosten voor de afbraak zouden voor rekening van de bewoners komen.

In Oost-Jeruzalem worden nog veel meer Palestijnse huizen met afbraak bedreigd. Slechts een fractie van de aanvragen voor bouwvergunningen die Palestijnen bij de gemeente Jeruzalem indienen wordt ingewilligd. Aan de natuurlijke groeibehoefte wordt niet tegemoet gekomen. Joodse wijken en nederzettingen in Jeruzalem beschikken daarentegen over royale groeimogelijkheden. Met dit discriminatoire beleid en andere maatregelen tracht de Israëlische regering Jeruzalem te “judaïseren”, aldus Israëlische deskundigen die de delegatie informeerden.

South Hebron Hills
De delegatie is ook gegaan naar de South Hebron Hills in het uiterste zuiden van de Westelijke Jordaanoever. Palestijnen die in deze heuvels wonen hebben te lijden onder kolonistengeweld en repressie door de Israëlische overheid. De delegatie ontmoette daar een Palestijnse familie die uit haar dorp is verdreven, omdat het land waarop haar huis stond van archeologische waarde zou zijn. Het land werd vervolgens door kolonisten in bezit genomen. De familie week uit naar eigen landbouwgrond en woont daar sindsdien in zelf-gemaakte hutten. Deze hutten zijn daarna door de Israëlische autoriteiten als illegaal aangemerkt en worden nu met afbraak bedreigd.

Terwijl de kolonisten in nabije nederzettingen van alle gemakken zijn voorzien, beschikken de inheemse Palestijnse bewoners van de South Hebron Hills niet eens over de meest basale voorzieningen, zoals stroom en water. Door de barre leefomstandigheden zijn veel van hen gedwongen hun land te verlaten en te verhuizen naar Palestijnse steden als Yatta of Hebron. Mensenrechtenactivisten wezen ons erop dat dit de uitkomst van Israëlisch beleid is, bedoeld om zo veel mogelijk land in bezit te nemen met zo min mogelijk Palestijnen erop.

Hebron
In de Palestijnse stad Hebron bezocht de delegatie een gebied dat als H2 bekend staat. Daarin wonen circa 800 kolonisten, onder wie veel extremisten. De kolonisten zijn geconcentreerd in enkele nederzettingen (gebouwen) in het centrum van de stad. Rond de nederzettingen zijn meer dan 1.500 Palestijnse winkels door het Israëlische leger gesloten. Dit heeft de middenklasse en de economie in Hebron grote schade toegebracht. Sommige (hoofd)straten zijn “gesteriliseerd”, d.w.z. aangemerkt als verboden terrein voor Palestijnen.

Ter bescherming van de kolonisten zijn in Hebron circa 600 Israëlische soldaten gestationeerd. Palestijnen die in H2 leven genieten amper bescherming, terwijl zij blootstaan aan intimidatie en agressie van kolonisten. De situatie wordt verergerd doordat het leger opereert op basis van orders die erop zijn gericht het leven van de Palestijnse bevolking te ontwrichten, aldus Israëlische ex-soldaten verbonden aan de organisatie Breaking the Silence. Sinds het begin van de tweede intifada (september 2000) heeft Hebron 377 dagen onder uitgaansverbod gestaan, het hoogste aantal dagen op de Westoever.
De delegatie had een ontmoeting met een Palestijnse bewoner van Hebron die voor de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem werkt. Hij vertelde over de zware leefomstandigheden in H2, die circa 40 procent van de Palestijnen ertoe hebben gebracht het gebied te verlaten. De werkeloosheid onder Palestijnen in H2 bedraagt meer dan 70 procent.

Sderot
In de Israëlische stad Sderot, vlakbij de Gazastrook, sprak de delegatie met vertegenwoordigers van de organisatie Other Voice. Sderot is in het verleden vaak het doelwit geweest van raketten die vanuit de Gazastrook worden afgevuurd. Het afvuren van deze raketten op burgers in Israël, een ernstige schending van het internationaal recht, komt nog steeds voor, zij het in veel mindere mate dan voorheen.

De raketten hebben in Sderot en andere plaatsen langs de Gazaanse grens sinds 2004 naar schatting 20 Israëli’s gedood en tientallen verwond. De vertegenwoordigers van Other Voice hebben de delegatie geïnformeerd over de enorme emotionele en psychische schade die de beschietingen aan de burgerbevolking van Sderot toebrengen en die duizenden bewoners hebben bewogen de stad te verlaten.

De delegatie is in Sderot rondgeleid en heeft daarbij kennis genomen van omvangrijke maatregelen om de plaatselijke bevolking tegen raketten te beschermen. De meeste woonhuizen, evenals bushaltes, speelplaatsen en scholen, beschikken inmiddels over veilige ruimtes (safe rooms), vervaardigd van gewapend beton.

De delegatie heeft met de vertegenwoordigers van Other Voice ook gesproken over het Israëlische beleid ten aanzien van de Gazastrook. De organisatie is daar zeer kritisch over, in het bijzonder over de aanhoudende Israëlische blokkade van de Gazastrook. Die is volgens hen immoreel en contraproductief.

Israëlische aanvallen op de Gazastrook dragen volgens de leden van Other Voice niet bij aan de veiligheid van de burgerbevolking van Sderot. Een maatregel die wel aan de veiligheid heeft bijgedragen, aldus een van de vertegenwoordigers, was de wapenstilstand met Hamas waarmee de Israëlische regering in juni 2008 instemde. Aan die wapenstilstand kwam een einde kort nadat het Israëlische leger in november 2008 in de Gazastrook een inval pleegde. De raketbeschietingen namen weer toe. Zes weken later opende Israël een grootschalige aanval op de Gazastrook. In het conflict dat volgde (december 2008 – januari 2009) werden meer dan 1.400 Palestijnen gedood.

De vertegenwoordigers van Other Voice wezen erop dat de 1,5 miljoen burgers in de Gazastrook geen enkele bescherming genieten tegen aanvallen van Israël. Grote zorgen baart hen de verharding en haat in Sderot ten opzichte van de bevolking van Gaza. Dat de Gazastrook de grootste openluchtgevangenis ter wereld is wordt in Sderot slechts door weinigen beseft, aldus een van de vertegenwoordigers.

Gazastrook
Vanwege de afsluiting van de Gazastrook door Israël heeft de delegatie aan dat deel van de bezette Palestijnse gebieden geen bezoek gebracht. Wel is de delegatie door VN-organisatie OCHA en de Israëlische mensenrechtenorganisaties Gisha en Physicians for Human Rights-Israël over de humanitaire en mensenrechtensituatie aldaar voorgelicht.
De Gazastrook is 41 km lang en 6 tot 12 km breed. In dit gebied wonen circa 1,5 miljoen mensen, waarvan circa 80 procent onder de armoedegrens leeft. Aan de Palestijnse kant van de grens heeft het Israëlische leger een bufferzone gecreëerd, die Palestijnen niet mogen betreden. 30-40 procent van de vruchtbare landbouwgrond in de Gazastrook ligt in deze zone.
Ter land, ter zee en in de lucht is de Gazastrook al bijna drie jaar door Israël afgesloten voor personen- en goederenverkeer. Door deze blokkade hebben 95 procent van de private ondernemingen in Gaza moeten sluiten; circa 100.000 banen zijn verdwenen.

De Israëlische regering laat slechts weinig producten tot Gaza toe. Tot de producten die (soms) worden tegengehouden behoren chocola, speelgoed, pasta, koriander, schoenen en kleding. Grondstoffen en bouwproducten worden helemaal niet doorgelaten. Daardoor kan de grote schade die tijdens het conflict in december 2008 en januari 2009 aan particuliere en publieke infrastructuur is toegebracht niet of nauwelijks gerepareerd worden. Het Israëlische leger heeft in dat conflict circa 4.000 Palestijnse huizen vernield en 17.000 ernstig beschadigd, vernam de delegatie.

In medisch opzicht verkeert de Gazastrook volgens Physicians for Human Rights-Israël in een “chronische noodsituatie”. Tijdens het conflict in december 2008 en januari 2009 heeft de plaatselijke gezondheidszorg een zware klap gekregen. 15 ziekenhuizen en andere medische faciliteiten zijn toen beschadigd. Als gevolg van de Israëlische blokkade zijn 110 soorten medicijnen niet langer beschikbaar. 67 soorten medicijnen dreigen in de komende drie maanden op te raken. Door de slechte gezondheidszorg zijn veel ernstig zieken aangewezen op behandeling in ziekenhuizen buiten de Gazastrook.

In diverse gesprekken kreeg de delegatie te horen dat de internationale boycot van de Hamas-beweging, in werking getreden na de democratische en correct verlopen verkiezingen in 2006, contraproductief is gebleken. Door Hamas volledig te isoleren ontneemt de internationale gemeenschap zich de mogelijkheid om Hamas te beïnvloeden en speelt zij radicale elementen in de Gazastrook in de kaart, aldus diverse gesprekspartners. Wil het politieke proces resultaat opleveren zal Hamas daarbij moeten worden betrokken. Deze mening strookt ook met de opvattingen van gezaghebbende Israëli’s, zoals voormalig minister van Buitenlandse Zaken Ben-Ami en voormalig hoofd van de Mossad Ephraim Halevy, die vinden dat contacten met Hamas noodzakelijk zijn.

Bethlehem
In Bethlehem is de delegatie door de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Badil voorgelicht over het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk. Dit vraagstuk heeft zijn oorsprong in de verdrijving en vlucht in 1948 van circa 750.000 Palestijnen uit gebied waarin Israël destijds werd gevestigd. Vervolgens is een bezoek gebracht aan het vluchtelingenkamp Aida. In dit kamp, ontstaan in 1951, wonen circa 5.000 vluchtelingen. Zij beschikken slechts over één kliniek en moeten het stellen met zeer beperkte voorzieningen. Herhaaldelijk hebben de bewoners geen drinkwater.

Vanaf één van de huizen aan de rand van het kamp heeft de delegatie de 8-meter hoge scheidingsmuur waargenomen, die in de onmiddellijke nabijheid van huizen is gebouwd en langs het kamp kronkelt. Het doen en laten van de bewoners wordt vanuit militaire wachttorens gecontroleerd. Om de haverklap zijn er invallen en wordt het kamp beschoten. In veel woonhuizen en in de muren van een VN-school trof de delegatie kogelgaten aan.

Achter de muur, in gebied dat Israël in beslag heeft genomen, staan honderden olijfbomen. Daarachter liggen grote nederzettingen waarin de bewoners van alle luxe zijn voorzien.

 

In aanvulling op het bovenstaande is de delegatie over de volgende onderwerpen geïnformeerd:

Positie van NGO’s in Israël
De positie van vredes- en mensenrechtenorganisaties in Israël staat ernstig onder druk. Wetgeving is in voorbereiding die, indien zij van kracht wordt, de financiering van deze NGO’s zal belemmeren en ertoe zal leiden dat zij hun goede doelen status (met fiscale voordelen) verliezen.

De delegatie vernam dat deze wetgeving specifiek gericht is tegen maatschappelijke organisaties die subsidies van internationale overheden en organisaties (“foreign political entities”) ontvangen. Voor kolonistenorganisaties die hun gelden van particuliere sponsoren ontvangen, zou de wet geen enkele nadelige gevolgen hebben.

De indieners stellen dat hun wet de financiering van maatschappelijke organisaties transparanter zou maken. Vertegenwoordigers van Israëlische mensenrechtenorganisaties gaven echter aan dat er al sprake is van grote transparantie. Zij zijn van mening dat de wet feitelijk bedoeld is om de positie te verzwakken van vredes- en mensenrechtenorganisaties die kritiek op de Israëlische overheid hebben.

Een ander wetsvoorstel zou resulteren in een verbod op maatschappelijke organisaties die informatie verspreiden met behulp waarvan Israëlische politici en legerofficieren in het buitenland kunnen worden vervolgd wegens oorlogsmisdaden.
Indien van kracht geworden zouden deze wetten de Israëlische democratie ernstige schade toebrengen, hielden diverse Israëlische mensenrechtenactivisten ons voor. Zij vroegen om internationale druk ter voorkoming hiervan.

Ruimtelijke ordening
De delegatie is voorgelicht over de wijze waarop de Israëlische regering ruimtelijke ordening inzet voor politieke doeleinden, bijv. om de economische ontwikkeling op de bezette Westelijke Jordaanoever te beperken en om Palestijnen bijeen te brengen op zo min mogelijk land.

In strijd met het internationaal recht past Israël de infrastructuur in bezet gebied ingrijpend aan. Zo heeft de delegatie op de Westbank separate wegen waargenomen. De Palestijnen mogen in de regel niet op wegen rijden die voor kolonisten en het Israëlische leger zijn bestemd; voor hen legt Israël zogenaamde fabric of life roads aan die Palestijnse gebiedsdelen met elkaar verbinden. Daardoor ontstaat op de Westbank een systeem van segregatie.

De fragmentatie aldaar begon tijdens het Oslo-proces, toen de Westbank in zogenaamde A-B-C gebieden werd opgedeeld. De C-gebieden, waar Israël volledige controle uitoefent, beslaan zo’n 60 procent van de Westbank. In deze gebieden liggen ook de nederzettingen. De A- en B-gebieden, waar de Palestijnse Autoriteit enkele bevoegdheden heeft en waar de meeste Palestijnen wonen, zijn enclaves te midden van gebied dat door Israël wordt beheerst.

De fragmentatie op de Westoever wordt ook veroorzaakt door meer dan 500 checkpoints die het Israëlische leger aldaar heeft geplaatst. In november 2005 kwam onder Amerikaanse bemiddeling de zogenaamde Agreement on Movement and Access tot stand, bedoeld om het aantal wegblokkades te verminderen en de bewegingsvrijheid van de Palestijnen te vergroten. Sindsdien is het aantal checkpoints juist met meer dan 30 procent gestegen, vernam de delegatie. Op internationaal verzoek heeft Israël de afgelopen weken een aantal wegblokkades verwijderd. Deze vermindering heeft echter niet geresulteerd in een verbetering van de bereikbaarheid voor bewoners van de Westoever van Jeruzalem, de Jordaanvallei, de Seam Zone en de C-gebieden.

De Israëlische mensenrechtenadvocaat Michael Sfard heeft de delegatie over de ongelijkheid op de Westoever geïnformeerd. Op de kolonisten aldaar is de Israëlische wet van toepassing. Palestijnen die zich in hetzelfde gebied bevinden zijn daarentegen onderworpen aan militaire verordeningen. De delegatie vernam dat de nederzettingen voor Palestijnen verboden terrein zijn, tenzij zij over speciale vergunningen beschikken. Rond de nederzettingen zijn brede bufferzones gemaakt die Palestijnen niet mogen betreden. De zones bestrijken veelal land waarvan Palestijnen de rechthebbenden zijn. Vaak worden nederzettingen binnen die zones uitgebreid. In de hele Westbank zijn bovendien militaire zones ingesteld. Palestijnen die daarin wonen, soms al tientallen jaren, hebben een vergunning nodig om hun eigen huis te bereiken.
De Israëlische bezettingsautoriteiten verstrekken slechts weinig bouwvergunningen aan Palestijnen. Bestemmingsplannen voor nederzettingen daarentegen bieden alle ruimte voor uitbreiding. Duizenden Palestijnse huizen op de Westbank worden met afbraak bedreigd. Per jaar worden gemiddeld 200 Palestijnse huizen vernield.

Mensenrechten Palestijnse Autoriteit en Hamas
In de Palestijnse stad Ramallah heeft de delegatie een ontmoeting gehad met al-Haq, een van de oudste mensenrechtenorganisaties in het Midden-Oosten en winnaar in 2009 van de Geuzenpenning. Al-Haq heeft de delegatie over de mensenrechtensituatie aan Palestijnse zijde geïnformeerd. Zowel de Palestijnse Autoriteit (Westoever) als de Hamas-regering (Gazastrook) zijn verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, meldde al-Haq, waaronder politiek-gemotiveerde arrestaties, marteling en mishandeling en discriminatie op basis van politieke voorkeur. Veel van deze mensenrechtenschendingen zijn het gevolg van de politieke rivaliteit tussen Fatah en Hamas, die in 2007 is geëscaleerd.

In de Gazastrook houdt Hamas zo’n 150 Fatah-leden gevangen, op de Westoever heeft Fatah circa 500 Hamas-leden opgesloten. Marteling en langdurige ondervraging van politieke tegenstanders komen vaak voor. Personen verantwoordelijk voor marteling worden zelden vervolgd. Al-Haq belobbyt de Palestijnse Autoriteit om marteling strafbaar te stellen en een einde te maken aan de straffeloosheid. De internationale gemeenschap moet zowel de Palestijnse Autoriteit als Hamas onder druk zetten om de mensenrechten te respecteren, aldus al-Haq.

 

Conclusies
Op basis van eigen waarneming en gesprekken met top-diplomaten en mensenrechten- en vredesorganisaties komt de delegatie tot de volgende conclusies:
 

1. Israël toont geen bereidheid om de bezetting van Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook uit vrije wil te beëindigen. De aanhoudende kolonisatie door Israël van Oost-Jeruzalem en de Westoever vormt een groot gevaar voor de totstandkoming van de twee-statenoplossing en daardoor voor duurzame vrede in het Midden-Oosten. Wezenlijk voor deze oplossing is immers dat naast de staat Israël een levensvatbare Palestijnse staat van de grond komt. De bezetting en kolonisatie zijn het hoofdobstakel voor een vreedzame oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

2. Daarom is internationale druk nodig om Israël ertoe te bewegen aan die bezetting en kolonisatie een einde te maken en zich te gedragen overeenkomstig het internationaal recht. In het verlengde van de duidelijke EU-verklaring van 8 december 2009 dient de EU economische drukmiddelen aan te kondigen die in werking zullen treden zodra Israël het (grootschalige) bouwen en uitbreiden van nederzettingen hervat, gedurende of na de zogenaamde “settlement freeze” die in september 2010 afloopt. Nederland behoort het inzetten van drukmiddelen door de EU niet langer te blokkeren. Zolang Israël zich niet ertoe verbindt zijn nederzettingenbeleid blijvend te bevriezen, mogen geen nieuwe Europese privileges aan Israël worden toegekend.

3. Medewerking door Europese bedrijven aan nederzettingen en de barrière moet door de EU belemmerd worden. Bovendien dient er in het gebied van de EU een invoerverbod te komen voor producten uit de (illegale) nederzettingen. De EU behoort steun te geven aan de Palestijnse Autoriteit in haar verzet tegen de nederzettingenpolitiek.

4. Nederland moet in Europees verband pleiten voor effectieve maatregelen ter bescherming van de positie en de rechten van Palestijnen in Oost-Jeruzalem en de Westoever die door vernielingen van hun huizen en door uitzettingen worden bedreigd.

5. Het systeem van segregatie dat door het scheiden van de infrastructuur voor kolonisten en Palestijnen op de Westoever wordt gecreëerd is onaanvaardbaar en dreigt de bezetting aldaar permanent te maken.

6. De blokkade van de Gazastrook door Israël schendt het internationaal recht en veroorzaakt groot menselijk leed. In haar verklaring van 8 december 2009 heeft de EU de onmiddellijke en onvoorwaardelijke opening geëist van de grensposten tussen Israël en Gaza voor alle personen- en goederenverkeer. In het verlengde van die verklaring moet de druk worden opgevoerd om Israël ertoe te brengen aan deze eis gevolg te geven.

7. Omwille van de veiligheid van burgers in de regio Sderot en in de Gazastrook en ter voorkoming van een nieuwe geweldsescalatie dient de EU, mede op initiatief van Nederland, zich in te spannen voor een vreedzame oplossing van het conflict aldaar. Daarbij kan de positie en de verantwoordelijkheid van Hamas niet langer genegeerd worden. Israël en Hamas moeten onder druk gezet worden om zich te schikken naar het internationaal recht.

8. De totale isolatie van Hamas, in 2006 de winnaar van correct verlopen verkiezingen in de Palestijnse gebieden, is contraproductief gebleken. Het vredesproces kan alleen tot resultaat leiden wanneer Hamas daarbij betrokken wordt. Dit hoeft de positie van de Palestijnse Autoriteit niet te schaden. Nationale verzoening tussen Fatah en Hamas moet gestimuleerd worden.

9. Mensenrechtenschendingen onder de verantwoordelijkheid van de Palestijnse Autoriteit in Ramallah en van de Hamasregering in Gaza dienen bestreden te worden. De EU moet haar invloed op de Palestijnse Autoriteit aanwenden om marteling, politiek-gemotiveerde arrestaties en andere schendingen van mensenrechten uit te bannen en de opbouw van een functionerende rechtsstaat te bevorderen.

10. Mede op initiatief van Nederland dient de EU op te komen voor verdedigers van de mensenrechten in Israël, die in toenemende mate onder vuur liggen. De EU moet protest aantekenen tegen geplande wetgeving die Europese steun aan Israëlische vredes- en mensenrechtenorganisaties aan beperkingen zou onderwerpen.

 

Lees de hier de verklaring in pdf-format

De Shuhada-straat in Hebron, waar tientallen winkels zijn gesloten en de Palestijnse bevolking van Hebron wordt geweerd


Missie 2010 in de pers

Het Nieuws Van Alle Kanten
Radio 1 interview Tineke Lodders, 31 mei 2010

Met Het Oog Op Morgen 
Radio 1 interview Laurens Jan Brinkhorst, 30 mei 2010, vanaf 33:15 min

Ongemak over onwrikbare steun voor Israël
NRC Handelsblad, 28 mei 2010

Het ’perverse systeem’ in Hebron
Trouw, 27 mei 2010

RTL Nieuws
Ontbijtnieuws van 27 mei 2010, vanaf 3:08 min

NOS Journaal
Journaal van 26 mei 2010

Met Van Agt naar de bedoeïnen
de Volkskrant, 26 mei 2010

Den Haag, durf Israël nu eens echt aan te pakken
Opinieartikel Dries van Agt en Martin Siepermann in Trouw, 26 mei 2010

 

 

Een Israëlische vredesactivist legt uit wat de problemen zijn die de nederzettingen en kolonisten in Oost-Jeruzalem veroorzaken

 

Dries van Agt en Liesbeth Zegveld luisteren naar het verhaal van een Palestijnse bewoner in de wijk Sheikh Jarrah, die uit zijn huis is verdreven


Achter Laurens Jan Brinkhorst kijken kolonisten toe, die het huis van een Palestijnse familie hebben overgenomen


Een Israëlische wegversperring belemmert de toegang naar een Palestijnse wijk in het bezette Oost-Jeruzalem


De kaart laat het verloop van de illegale afscheidingsbarrière zien, die tussen de heuvels doorloopt


Midden in de Palestijnse wijk Silwan staat één groot appartementencomplex met kolonisten die veel overlast veroorzaken


Laurens Jan Brinkhorst en Jules Hosman vernemen het nieuws dat in Silwan tientallen Palestijnse huizen vernield zullen worden


De delegatie kijkt naar een verlaagde weg die de bezettingsautoriteiten hebben aangelegd om het Palestijnse van het Israëlische verkeer te scheiden

 

Een nederzetting is tegen een Palestijns huis aangebouwd; om de Palestijnse bewoners buiten te houden is rond dit huis is een grote kooi gebouwd

 

Laurens Jan Brinkhorst discussieert met een Israëlische kolonist


Dries van Agt naast een oude Palestijn wiens familie door kolonisten wordt bedreigd


De Israëlische vredesactivist Yehuda Shaul geeft uitleg bij het graf van Baruch Goldstein, een kolonist die in 1994 29 Palestijnen doodschoot


Het Graf van de aartsvader Abraham, gelegen in de Palestijnse stad Hebron, waar de kolonist Baruch Goldstein in 1994 een bloedbad aanrichtte


Dries van Agt en Laurens Jan Brinkhorst lopen in Hebron door een straat waarin het Israëlische leger tientallen Palestijnse winkels heeft gesloten


Tussen Palestijnse huizen in het centrum van Hebron heeft het Israëlische leger prikkeldraad en barricades  opgeworpen


Dries van Agt loopt in de Palestijnse stad Hebron langs Israëlische soldaten


De delegatie kijkt vanuit Zuid-Israël naar de Gazastrook, die vlakbij ligt maar door de mist nauwelijks zichtbaar is


Israëlische ordetroepen staan tegenover demonstranten die protesteren tegen de verdrijving van Palestijnen uit de wijk Sheikh Jarrah