Voor een rechtvaardig Midden-Oosten beleid
|
Op uitnodiging van de Nederlandse regering is de Israëlische premier Benjamin Netanyahu op 18 en 19 januari in Nederland. Het bezoek vindt plaats in het kader van de intensivering van de Nederlands-Israëlische betrekkingen. Die intensivering voltrekt zich in sneltreinvaart. Zij heeft een politieke component en beoogt veel nieuwe samenwerking op tal van terreinen, waaronder handel en economie, water, wetenschap en innovatie. |
De opmaat naar deze vrijblijvende aanpak van coalitiepartijen VVD en CDA was het regeerakkoord. Daarin staat: “Nederland wil verder investeren in de band met de staat Israël.” Een nog hechtere band met Israël, als doel op zichzelf, ongeacht hoe Israël zich gedraagt.
Heel wat minder vrijblijvend gaat het eraan toe in de relatie met andere landen, bijvoorbeeld in de Arabische regio. Daarover zei minister Rosenthal op 24 november in de Tweede Kamer “dat als landen geen respect tonen voor de mensenrechten of hun internationale verplichtingen niet nakomen, ze daarvan de consequenties moeten voelen.”
Waarom dan niet dit principe ook toepassen op de relatie met Israël? De rechtvaardiging van minister Rosenthal om dat niet te doen, in navolging van zijn ambtsvoorganger en collega-minister Verhagen, luidt telkens: “Versterkte samenwerking maakt ook moeilijke boodschappen makkelijker aanvaardbaar.”
Het moge zo zijn dat het op deze manier prettiger praten is met Israël. Maar waar het natuurlijk om gaat, is wat Israël vervolgens doet. Beëindigt het de illegale blokkade van Gaza, stopt het met de inlijving van het bezette Oost-Jeruzalem, bouwt het minder nederzettingen?
Er is geen enkele aanwijzing dat de fluwelen handschoenen van Rosenthal en Verhagen in de afgelopen jaren tot noemenswaardige resultaten hebben geleid. Daardoor geeft de onvoorwaardelijke steun van Nederland juist het signaal af dat Israël door kan gaan met illegaal beleid, waarvoor miljoenen Palestijnen dagelijks een zware prijs betalen. Beleid dat de tweestatenoplossing tot een farce reduceert.
Dát beleid is de realiteit. Een inventarisatie van drie Israëlische bronnen wijst uit dat de Israëlische autoriteiten in 2011 de bouw van meer dan 12.500 nederzettingenhuizen hebben aangekondigd of goedgekeurd, waarvan meer dan 2.500 huizen in de geplande nieuwe nederzetting Givat Hamatos.
Daarbij kan worden opgeteld de retroactieve “legalisering” van honderden huizen in nederzettingen en de zogenaamde buitenposten, die zonder bestemmingsplan waren gebouwd. Terwijl de Nederlands-Israëlische betrekkingen intensiveren, intensiveert de kolonisatie.
Opmerkelijk is de bevinding van de Israëlische vredesorganisatie Peace Now dat tweederde van de huizen, waarvan de bouw tussen oktober 2010 en juli 2011 feitelijk is gestart, ten oosten van de (illegale) scheidingsbarrière liggen. Dat wil zeggen, in gebied waarvan wordt aangenomen dat Israël dat in elk geval zal ontruimen.
Geen toeval. Netanyahu is de man die tegenover kolonisten pronkte dat hij het Oslo-proces tot stilstand had gebracht. Die leider is van een partij, Likud, wier programma een Palestijnse staat afwijst. Een partij die Jeruzalem claimt als de eeuwige, verenigde hoofdstad “van de staat Israël en alleen van Israël” en die de rivier Jordaan beschouwt als permanente oostelijke grens van Israël. Groot-Israël leeft.
Dat het begrip ‘Palestijnse staat’ inmiddels tot Netanyahu’s woordenschat behoort, betekent niets. Het vredesproces is voor hem een strategie die dient om de bezetting te consolideren, het bijbehorende jargon onderdeel van zijn public relations. Daarom eist Netanyahu ook “onvoorwaardelijke” onderhandelingen. Hij wil onderhandelen, en tegelijkertijd nederzettingen bouwen.
Om die reden is het een misvatting dat de vredesonderhandelingen koste wat het kost hervat moeten worden, zoals minister Rosenthal telkens benadrukt. De Palestijnen terugduwen naar de onderhandelingstafel, zonder dat Israël de nederzettingen bevriest, bestendigt juist de kolonisatie.
Door de intensivering van de samenwerkingsrelatie doet zich nu het risico voor dat Nederland meer betrokken raakt bij de nederzettingen. Immers, de Israëlische regering maakt geen onderscheid tussen het Israël binnen de grenzen van ‘67 en de nederzettingen. Hierdoor dreigt het gevaar dat bedrijven en instellingen die in nederzettingen zijn gevestigd of die anderszins bij de bezetting zijn betrokken op de intensivering meeliften en daarvan profiteren.
Alleen waterdichte afspraken, waarvan de naleving nauwgezet wordt gemonitord, kunnen voorkomen dat dit gebeurt. Vooralsnog wijst er niets op dat die zijn gemaakt. Kamervragen ter zake heeft minister Rosenthal steeds ontwijkend beantwoord.
Aangezien Israël voor de mensenrechten uitermate weinig respect toont en zijn internationale verplichtingen niet nakomt, zou een intensivering van de samenwerking helemaal niet aan de orde mogen zijn en Israël consequenties moeten voelen.
Het minste dat nu verwacht mag worden is dat de regering voorzieningen treft die uitsluiten dat de intensivering bijdraagt aan het hoofdobstakel voor vrede, de nederzettingen. Het naderende bezoek is het moment waarop Netanyahu duidelijk gemaakt moet worden dat Israël alleen op meer samenwerking hoeft te rekenen, indien zijn regering deze voorzieningen accepteert.
Bovenstaand artikel verscheen op 17 januari 2012 in NRC-Handelsblad.

In Israël en de bezette Palestijnse gebieden worden ernstige schendingen van het internationaal recht gepleegd. Voor veel van die schendingen is de Israëlische regering verantwoordelijk. Bekijk hier ons overzicht met belangrijke voorbeelden van schendingen.
Opinie Dries van Agt, 9 januari 2012
Opinie Martin Siepermann, 17 januari 2012
Opinie Hans van den Broek, 18 januari 2012
![]() |
In Israël en de bezette Palestijnse gebieden worden ernstige schendingen van het internationaal recht gepleegd. Voor veel van die schendingen is de Israëlische regering verantwoordelijk. Desondanks intensiveert de Nederlandse regering de betrekkingen met Israël. Bekijk hier ons overzicht met belangrijke voorbeelden van schendingen. |