Voor een rechtvaardig Midden-Oosten beleid
Door Marcel Brus
De muur is gebouwd in strijd met de regels van het internationale recht. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag bevestigde dit in zijn advies van 2004 met een meerderheid van 14 tegen 1. In dit advies concludeert het Hof verder dat alle staten verplicht zijn geen erkenning te verlenen aan de illegale situatie die door de bouw van de muur is ontstaan en dat zij verplicht zijn zich te onthouden van hulp aan Israël in het laten voortbestaan van deze situatie. Ook worden alle staten opgeroepen om zich er voor in te spannen dat Israël de verplichting respecteert die het heeft onder het humanitaire recht. Het onderzoek van het Nederlandse OM kan gezien worden als een concrete invulling aan deze verplichtingen en aan de verplichtingen die Nederland ook zelf heeft om inbreuken op het humanitaire recht te voorkomen.
Ten eerste betoogt hij dat het Hof geen onafhankelijk oordeel kan geven omdat het advies is gevraagd door een politiek orgaan van de Verenigde Naties, namelijk de Algemene Vergadering. Ik zou zijn stelling willen omdraaien. Juist omdat de Algemene Vergadering een politiek orgaan is, hebben de oprichters van de Verenigde Naties de mogelijkheid geschapen om, wanneer er juridische vragen zijn, advies in te winnen bij een onafhankelijke rechterlijke instantie, namelijk het Internationaal Gerechtshof. De Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad en internationale organisaties hebben hier vaak gebruik van gemaakt en dit heeft sterk bijgedragen aan de ontwikkeling van het internationale recht.
Kritisch
Ten tweede betoogt Verbon dat het advies gezag ontbeert omdat er rechters zijn die zich kritisch uitgelaten hebben over de opinie. Hij noemt hier de rechters Kooijmans en Higgins. Hij vergeet echter te melden dat beide rechters hebben ingestemd met het oordeel van het Hof dat de bouw van de muur onrechtmatig is. Dat individuele rechters kritische opmerkingen maken bij onderdelen van de argumentatie die het Hof aanvoert, is gebruikelijk in de rechtspraak van dit Hof, net zoals het in vele landen gebruikelijk is dat individuele rechters in een meervoudige rechtbank hun individuele opinies kenbaar maken. Uiteindelijk telt het eindoordeel. Dat in Nederland de individuele opinies van rechters niet naar buiten komen is typisch voor Nederland, maar zegt niets over de kwaliteit en het gezag van een rechterlijke uitspraak waar dat wel het geval is. Feit blijft dat met uitzondering van de Amerikaanse rechter alle rechters het oordeel hebben onderschreven dat de muur onrechtmatig is.
Het laatste argument is van eenzelfde orde, namelijk dat er kennelijk juristen zijn die het oneens zijn met het oordeel van het Hof. Hieruit is uiteraard niet af te leiden dat het oordeel van het Hof niet gezaghebbend is. Recht en rechtspraak bestaan uit een debat tussen juristen over interpretatie en toepassing van rechtsregels. Natuurlijk blijven meningen hierover verschillen, ook als de rechter gesproken heeft, maar dit tast het gezag van de rechter niet aan. Juristen zullen nog vaak de degens kruisen over werkelijke of vermeende schendingen van het internationale recht door Israël en door Palestijnen, maar dat de scheidingsmuur in strijd is met het internationale recht is moeilijk te ontkennen.
Tik op vingers
Verbon maakt zich zorgen over de reputatie van Riwal, een Nederlands bedrijf dat willens en wetens diensten leverde die bijdroegen aan de bouw van de muur, waarvoor het al in 2006 en 2007 door de Nederlandse regering stevig op de vingers is getikt. Of deze medewerking een in Nederland strafbaar feit oplevert staat nog te bezien, maar dat het OM overeenkomstig het advies van het Internationaal Gerechtshof handelt door een onderzoek in te stellen, is alleen maar toe te juichen. Als Riwal bang is voor reputatieschade zou het zich toch af moeten vragen of het zich niet zou moeten onthouden van medewerking aan de bouw van de muur, op juridische, maar ook op morele gronden.
Marcel Brus is hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de Raad van Advies van The Rights Forum.
Bovenstaand artikel verscheen in reactie op een opinieartikel van Harry Verbon.
"Israel has abandoned its claim that the wall is a security measure only and now concedes that one
of the purposes of the wall is to include settlements within Israel. The fact that 83 per cent of the
West Bank settler population and 69 settlements are enclosed within the wall bears this out."
John Dugard
Voormalig VN-Mensenrechtenrapporteur