Voor een rechtvaardig Midden-Oosten beleid

Erkenning Palestijnse staat

redt kans op vrede

 

Door Dries van Agt, Frans Andriessen, Laurens Jan Brinkhorst en Hans van den Broek, Internationale Spectator, jrg. 65-9 (september 2011)

De Palestijnse Autoriteit heeft de afgelopen jaren hard gewerkt om de nodige voorzieningen te treffen voor een onafhankelijke Palestijnse staat. Niet zonder resultaat. Dit voorjaar verklaarden het IMF, de Wereldbank, de Verenigde Naties en de donorlanden dat de Palestijnse politieke en financiële instituties gereed zijn voor de onafhankelijkheid.

Na twintig jaar proces zonder vrede willen de Palestijnen deze prestatie in september in politieke munt verzilveren, door middel van een resolutie in de Verenigde Naties die de lidstaten oproept de onafhankelijkheid van Palestina te erkennen.

President Obama gaf daarvoor een jaar geleden de voorzet. In een rede voor de VN zei Obama: “Wanneer we hier volgend jaar terugkomen, kunnen we een akkoord hebben dat zal leiden tot een nieuw lid van de Verenigde Naties - een onafhankelijke soevereine staat Palestina, die in vrede naast Israël leeft."1)

September is bovendien het moment dat het Midden-Oosten Kwartet heeft aangewezen voor een succesvolle afronding van de onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen, uitmondend in de oprichting van een Palestijnse staat. Maar die onderhandelingen zijn na de VN-rede van Obama al snel vastgelopen, doordat de regering-Netanyahu de voorkeur gaf aan nederzettingen boven vrede.

De stap van de Palestijnen om hun recht op zelfbeschikking via de VN te realiseren is het onvermijdelijke gevolg van Israëls aanhoudende kolonisatie en de internationale onwil om die kolonisatie een halt toe te roepen. Waarmee het kernprobleem is benoemd: het gebrek aan politieke wil, vooral bij de VS en de EU, om druk uit te oefenen die Israël zou bewegen illegaal en destructief beleid te staken.

Amerikaans leiderschap ongeloofwaardig

In de eerste maanden na zijn verkiezing wekte President Obama de verwachting de nodige wil te hebben. In zijn fameuze rede in Cairo zei hij in juni 2009: “De Verenigde Staten aanvaarden niet de legitimiteit van de voortdurende Israëlische nederzettingen. Deze constructie schendt eerdere overeenkomsten en ondermijnt inspanningen om vrede te bereiken. Het is tijd voor deze nederzettingen om te stoppen.”2)

Ruim een jaar later was van die fermheid niets over. Obama gaf toe aan pressie van Netanyahu en de Amerikaanse Israël-lobby – de  nederzettingenstop was van de baan. De pogingen die de Amerikanen nadien hebben ondernomen de onderhandelingen vlot te trekken waren exercities in diplomatieke window-dressing.

In februari j.l. leidde dit gebrek aan Amerikaans leiderschap tot een gênant demasqué. Bij een stemming in de Veiligheidsraad over een resolutie tegen het Israëlische nederzettingenbeleid stemden het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland (EU-3) vóór, terwijl de VS hun veto inzetten om de resolutie te torpederen – al was de tekst daarvan een weerspiegeling van Amerikaanse uitspraken.

Na afloop van de stemming brachten de EU-3 een gezamenlijke verklaring uit.3) Daarin eisten zij een onmiddellijke stop van alle nederzettingenactiviteit, óók in Oost-Jeruzalem, en presenteerden zij  parameters voor de onderhandelingen: een territoriale oplossing op basis van de grenzen van '67, veiligheidsafspraken die de soevereiniteit van de Palestijnen respecteren en Israëls veiligheid effectief beschermen, een rechtvaardige oplossing voor het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk en Jeruzalem als toekomstige hoofdstad van Israël én Palestina.

Vervolgens hoopten de EU-3 dat deze parameters zouden worden bekrachtigd door het Midden-Oosten Kwartet, waarin naast de VS en EU ook Rusland en de VN zitting hebben. Daar staken de VS een stokje voor door twee opeenvolgende bijeenkomsten van het Kwartet te annuleren.

Een tweetal toespraken in mei van president Obama, gehouden voor het State Department en de Israël-lobby AIPAC, werd ingelast om het initiatief weer naar de VS toe te trekken. Voor wie nog hoop had dat de VS zich als een honest broker zouden willen manifesteren, leverde dit een desillusie op. Niet één kritisch woord over de nederzettingen kwam over de presidentiële lippen, maar wel een stevige afwijzing van het nationale verzoeningsproces aan Palestijnse zijde en het voornemen van de Palestijnen om naar de VN te stappen. Het signaal zal Netanyahu niet ontgaan zijn: Israël kan op onvoorwaardelijke steun blijven rekenen en zal gevrijwaard blijven van politieke druk.

Dat Obama na zijn toespraak bij het State Department desondanks kritiek van premier Netanyahu kreeg voor een verwijzing naar de grenzen van '67, zegt weinig over Obama en veel over Netanyahu. Zoals Marwan Muasher, voormalig vicepremier van Jordanië, in herinnering bracht: “Alle onderhandelingen - zowel publiek als privaat - tussen de Palestijnen en Israëli's hebben de 1967 grens als basis voor een eindovereenkomst gebruikt."4)

Ter illustratie, dit is wat Netanyahu's voorganger Ehud Olmert in 2008 tegenover het Israëlische parlement zei: "We moeten de Arabische wijken in Jeruzalem opgeven en terugkeren naar de kern van het territorium dat de staat Israël voor 1967 besloeg, met minimale correcties die gedicteerd worden door de realiteit zoals die sindsdien is gecreëerd."5) 1967, met minimale correcties.

En in november 2010 sprak Secretary of State Hillary Clinton nog de volgende woorden: "De Verenigde Staten zijn van mening dat de partijen via oprechte onderhandelingen overeenstemming kunnen bereiken over een uitkomst die het conflict beëindigt en het Palestijnse doel van een onafhankelijke en levensvatbare Palestijnse staat, gebaseerd op de grenzen van 1967, en land-swaps die overeengekomen zijn, […]."6) Woorden uit een gezamenlijke verklaring na een ontmoeting van Clinton met - jawel - premier Netanyahu. Wat Obama niet mocht zeggen, verklaarde Netanyahu zes maanden eerder zelf.

Het is geen toeval dat Netanyahu zo opereert. Zijn afwijzing van de grenzen van '67 is een middel om het diplomatieke proces te frustreren, juist op het moment dat er beweging zou kunnen en moeten komen.

Ook zijn eis dat de Palestijnen niet alleen de staat Israël erkennen, maar Israël als Joodse staat, past in dit patroon. Die nieuwe eis stelt Netanyahu, terwijl Israël sinds 1948 niet eens bereid is geweest zijn grenzen te bepalen. En terwijl hij leider is van een partij wier programma zegt: "De regering van Israël wijst de vestiging van een Palestijns Arabische staat ten westen van de rivier Jordaan van de hand"; "Jeruzalem is de eeuwige, verenigde hoofdstad van de staat Israël en alleen van Israël"; "De rivier Jordaan zal de permanente oostelijke grens zijn van de staat Israël."7)

Dat Netanyahu zich inmiddels in woorden heeft neergelegd bij de oprichting van een Palestijnse staat betekent weinig; metterdaad maakt hij die staat fysiek onmogelijk. Enkele berichten uit de Israëlische krant Haaretz illustreren dat: nieuwe ontwikkelingsplannen voor vijf nederzettingen en 942 nieuwe woningen in de nederzetting Gilo (april); plannen voor 1500 nieuwe woningen in de nederzettingen Har Homa en Pisgat Ze'ev (mei); plannen voor 294 nieuwe woningen in de nederzetting Betar Ilit en 42 in Karnei Shomron (juli).

In juli publiceerde Haaretz ook over maatregelen van het Israëlische leger die, zo moet men vrezen,  uitmonden in een intensivering van de nederzettingenbouw in 'strategische gebieden' als de Jordaanvallei en de Dode Zee-regio. Haaretz' conclusie is helder: "De opname van de Jordaanvallei, het noorden van de Dode Zee en het gebied rond [de nederzetting, red.] Ariel in de 'nederzettingenblokken' die de autoriteiten willen overnemen, zou de totstandkoming van een aaneengesloten Palestijnse verijdelen."8)

Ondanks dit illegale en vredeondermijnende beleid is het Amerikaanse standpunt sinds de toespraken van president Obama nog meer richting de regering-Netanyhu opgeschoven. Dat blijkt uit een document waaruit de Brits-Israëlische politieke analist Daniel Levy heeft geciteerd.9) Het betreft een tekstvoorstel dat de Amerikanen deden tijdens een bijeenkomst van het Kwartet, medio juli, klaarblijkelijk na intensieve coördinatie met de regering-Netanyahu.

In dit document vroeg Amerika de andere Kwartet-leden, dus ook de EU, in wezen om het illegale nederzettingenbeleid te aanvaarden, constateert Levy, want de tekst bevatte een cruciale passage uit Obama's  AIPAC-speech: "De partijen zullen zelf onderhandelen over een grens tussen Israël en Palestina die afwijkt van de grens die voor 4 juni 1967 bestond, rekening houdende met veranderingen die in de afgelopen 44 jaar hebben plaatsgevonden, met inbegrip van nieuwe demografische realiteiten ter plaatse en de behoeften van beide kanten.”10)

Het lijkt op een regelrechte machtiging tot annexatie. Hoe anders is het EU-standpunt ter zake: "De Europese Unie zal geen veranderingen van de pre-1967 grenzen erkennen, met inbegrip van Jeruzalem, anders dan de veranderingen die door de partijen overeengekomen zijn."11)

Een andere bepaling waarvoor de VS Kwartet-steun zocht, was: "Een duurzame vrede zal inhouden twee staten voor twee volkeren: Israël als Joodse staat en het thuisland van het Joodse volk."12) Hetgeen betekent: de andere Kwartet-leden is gevraagd om in te stemmen met een bepaling die de kwetsbare positie van de Palestijnse minderheid in Israël verder zou marginaliseren en het Palestijnse recht op terugkeer zou annuleren - nog voordat er over dit recht serieus gesproken is.

Verder wilden de VS opnemen: "… noch kan de twee-statenoplossing worden bereikt via actie in de Verenigde Naties."13) Wat Amerika hier vroeg is wel zeer merkwaardig: dat de VN, in zijn hoedanigheid van Kwartet-lid, de VS bijvalt in het delegitimeren van de VN als een forum voor diplomatieke actie.

De EU, VN en Rusland hebben begrijpelijkerwijs niet met het Amerikaanse document ingestemd. In de patstelling die volgde bleef een gezamenlijke slotverklaring uit. Het Kwartet is vleugellam. September nadert met gezwinde spoed.

Op weg naar de VN
Er mag geen misverstand over bestaan, de Palestijnen zijn bereid om naar de onderhandelingstafel terug te keren. Mits er wordt voldaan aan twee voorwaarden: onderhandelingen op basis van duidelijke parameters, met inbegrip van de grenzen van ’67, en een bevriezing van de nederzettingen. Netanyahu heeft beide voorwaarden verworpen. Voor de Palestijnen is zonneklaar: september is onafwendbaar geworden.

Op het moment dat wij dit schrijven (begin augustus) kan niet worden uitgesloten dat er nog een onverwachte wending komt, maar de kans daarop is gering. Laten we ervan uitgaan dat de VN zich inderdaad over de kwestie Palestijnse staat zullen buigen en dat het tot een stemming komt.

Wat die stemming precies zal inhouden, is overigens nog niet duidelijk. De Palestijnen ambiëren een volwaardig lidmaatschap van de VN. Echter, dat kan pas door een tweederde meerderheid van de Algemene Vergadering verleend worden na een aanbeveling door minimaal negen leden van de Veiligheidsraad – zonder dat een permanent lid zijn veto inzet. Zeker is dat de VS hun veto zouden gebruiken; het volwaardige lidmaatschap is vooralsnog onbereikbaar.

Een plausibel alternatief is een resolutie in de Algemene Vergadering (AVVN) die de VN-status van de Palestijnen opwaardeert van 'waarnemer' naar 'niet-lid staat' en de 193 lidstaten aanspoort tot erkenning van Palestina op basis van de grenzen van ’67. De kans dat een dergelijke resolutie zou worden aangenomen, is aanzienlijk – 120  VN-lidstaten hebben de staat Palestina al eerder erkend.

Zo’n resolutie, indien breed gedragen, zou meer zijn dan symboolpolitiek. Dat begrijpt ook Israël. De regering-Netanyahu trekt daarom alle registers open om de stemming tegen te werken.

De argumenten die zij daarbij hanteert, zijn veelvoudig. Zo voert Israël aan dat de Palestijnse beslissing om naar de VN te stappen zou getuigen van unilateralisme. Om dit argument kracht bij te zetten haalt Israël onder meer een bepaling uit de Oslo-akkoorden aan: "De partijen zullen geen stappen initiëren of nemen die de status van de Westoever en Gazastrook veranderen, vooruitlopend op de uitkomst van de onderhandelingen over de permanente status."

Een gotspe. Want wat is unilateraler en heeft de situatie op de Westoever meer getransformeerd dan het nederzettingenbeleid? Bovendien, hoe kan een stap naar de VN – het meest multilaterale forum op aarde – van unilateralisme getuigen?

Ook zou de VN-stemming het vredesproces belemmeren, zo niet beëindigen, voorspelt Israël. Waarom zou dat zo zijn? Een VN-resolutie die oproept tot erkenning van de staat Palestina op basis van de grenzen van '67, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, zou in wezen niet meer doen dan de bestaande internationale consensus bekrachtigen. Die consensus wordt juist door het Israëlische nederzettingenbeleid existentieel bedreigd.

Alleen onderhandelingen kunnen tot vrede leiden, stelt Israël. Dat is juist. De VN-stemming in september ís ook geen alternatief voor onderhandelingen. Maar zij schept daarvoor wel een kader. Daarin ligt het ware belang van de resolutie besloten: zij stelt paal en perk aan het unilaterale beleid van Israël dat de grenzen van '67 van de kaart veegt.

Een ander argument, verpakt als waarschuwing, is dat er in de Palestijnse gebieden geweld zal uitbreken doordat de VN-stemming verwachtingen wekt, maar niet tot tastbare veranderingen leidt. Een intern rapport van de Israëlische inlichtingendiensten voorspelt echter juist dat gewelddadige protesten zullen uitblijven, meldde Haaretz.

Een andere waarschuwing van Israël betreft Hamas. De VN-stemming zou de beweging legitimeren, terwijl zij nog steeds weigert om Israël te erkennen. Het is evident dat Hamas veel stappen moet zetten, voordat het een partner voor vrede is. Maar dat geldt natuurlijk ook voor Israël. September aangrijpen om het totale isolement van Hamas te bestendigen, zal juist de radicale krachten erbinnen versterken en de leiders verzwakken die een territoriale oplossing op basis van de grenzen van '67 aanvaarden.

Met dergelijke argumenten tracht Israël het draagvlak voor een VN-resolutie te verzwakken. De strijd gaat daarbij om de Westerse democratieën, niet om de meerderheid in de AVVN, want die zal toch vóór stemmen. Het stemgedrag van de Westerse democratieën zal het gewicht en daarmee de politieke implicaties van de betreffende resolutie bepalen.

De race om de VS was snel gelopen; die zullen tegen stemmen, ook in de AVVN. Europa is de battle ground. Helaas is Europa in toenemende mate verdeeld. Ook de EU-3 zitten niet op dezelfde lijn. Duitsland heeft al verklaard tegen de VN-stemming te zijn. Frankrijk staat er juist positief tegenover. Het Verenigd Koninkrijk heeft zijn positie nog niet bepaald. Nederland is faliekant tegen.

Men moge verwachten dat alle lidstaten, ook Nederland, beseffen dat het voor de twee-statenoplossing vijf voor twaalf is, zo niet nog later. September is mogelijk het laatste moment waarop een politieke daad gesteld kan worden die de twee-statenoplossing redt.

Deze daad stellen betekent: vóór stemmen. Vóór de grenzen van ’67. Vóór serieuze onderhandelingen, die leiden tot een levensvatbare twee-statenoplossing. Vóór een rechtvaardige en duurzame vrede.

Groot zou de stap om een vóór-stem uit te brengen niet zijn. Een meerderheid van de landen en internationale organisaties behandelt Palestina al feitelijk als staat, ook de VN en de EU. Bovendien hebben acht van de 27 EU-lidstaten de staat Palestina reeds eerder erkend; de overige onderhouden diplomatieke betrekkingen met de Palestijnen.

De lidstaten die tóch een negatieve stem uitbrengen, zullen een ondubbelzinnig en vérstrekkend politiek signaal afgeven. Een stem tégen de Palestijnse staat is een stem vóór de nederzettingen. Een onthouding komt neer op gedoogsteun voor het nederzettingenbeleid.

Nederlands beleid contraproductief

Het is duidelijk dat de diplomatieke voortrekkersrol van de VS is uitgespeeld, zeker tot na de presidentsverkiezingen eind 2012. Daardoor zal de EU, wil er vooruitgang geboekt worden, het voortouw moeten nemen.

Een proactief en doortastend Europees Midden-Oosten beleid is afhankelijk van eenstemmigheid en de politieke wil om druk uit te oefenen, óók op Israël. Bij geen lidstaat lijkt die wil meer te ontbreken dan bij Nederland. Geen lidstaat blinkt meer uit in het gedoog- en beloonbeleid jegens Israël dan Nederland. Illegaal beleid gedogen; belonen zonder dat Israël een tegenprestatie levert. De opstelling van Nederland in EU-verband is ronduit betreurenswaardig.

De regering rechtvaardigt haar onvoorwaardelijke steun met het argument dat die Israëls opstelling zal verzachten. Maar het tegendeel is waar. Door het gedoog- en beloonbeleid is Israël ten onrechte in de waan komen te verkeren dat vrede en nederzettingen samen gaan.

Een ander argument is dat Israël moet worden bijgestaan in zijn verdediging tegen de 'delegitimering' die de staat zou treffen. Waar blijft de reflectie dat Israël zélf de groeiende kritiek over zich afroept, door vast te houden aan beleid dat een democratie en rechtstaat onwaardig is?

Ook is er de zorg om Israëls veiligheid. Deze is terecht, want Israël heeft vijanden. Denk aan Hamas, Hezbollah en Iran. Maar ook hier geldt dat Israël in belangrijke zijn eigen onveiligheid creëert door de bezetting te continueren. Bovendien, weet de regering dat in juli een groep voormalige Israëlische officieren en diplomaten naar Washington is getrokken om de boodschap te brengen dat de grenzen van ’67, anders dan premier Netanyahu beweert, wel degelijk verdedigbaar zijn?

Herinnert de regering zich ook dat 22 Arabische staten, verenigd in de Arabische Liga, in 2002 en 2007 een vredesvoorstel aan Israël hebben gedaan voor wederzijdse erkenning en normalisering van de betrekkingen, in ruil voor een rechtvaardige oplossing voor het vluchtelingenvraagstuk en een Israëlische terugtrekking naar de grenzen van ’67 – een voorstel dat Israël geen serieuze blik waardig heeft gekeurd?

September is het moment om de grenzen van ’67 te redden, en daarmee de kans op vrede. Dan breekt het uur van de waarheid aan. Niet alleen voor de Palestijnen, ook voor Israël.

Dries van Agt was minister-president en is voorzitter van The Rights Forum. Frans Andriessen was minister van Financiën en vicevoorzitter van de Europese Commissie. Laurens Jan Brinkhorst was minister van Economische Zaken en vicepremier. Hans van den Broek was minister van Buitenlandse Zaken en eurocommissaris voor Externe Betrekkingen. Andriessen, Brinkhorst en Van den Broek zijn leden van de Raad van Advies van The Rights Forum.


Noten:

1) Obama, Barack, "Remarks by the President to the United Nations General Assembly", toespraak in New York, 23 september 2011.

2) Obama, Barack, "Remarks by the President on a New Beginning", toespraak in Cairo, 4 juni 2009.

3) "Joint Statement of the United Kingdom, France and Germany", UN Security Council, 18 februari 2011.

4) Muasher, Marwan, "Something's Got to Give", Foreign Policy, 27 juli 2011.

5) "Failed favoritism toward Israel" , The Washington Post (op-ed), 10 juni 2011.

6) Idem.

7) Likud Platform, Knesset 15.

8) Eldar, Akiva, "IDF Civil Administration pushing for land takeover in West Bank", Haaretz, 22 juni 2011.

9) Levy, Daniel, "America’s attempted Quartet sophistry", Foreign Policy, 22 juli 2011.

10) Idem. Zie ook: Obama, Barack, "Remarks by the President at the AIPAC Policy Conference 2011" , toespraak in Washington, 22 mei 2011.

11) EU Council conclusions on the Middle East Peace Process , Foreign Affairs Council meeting Brussels, 8 december 2009.

12) Levy, Daniel, "America’s attempted Quartet sophistry".

13) Idem.

De Internationale Spectator is het maandblad voor internationale politiek van Instituut Clingendael in Den Haag.
 

 

Een stem tégen de Palestijnse staat is een stem vóór de nederzettingen. Een onthouding komt neer op gedoogsteun voor het nederzettingenbeleid.

.